Alda

Alda Merini (1931 – 2009) wilde als meisje graag poëzie schrijven. Op haar 15e schreef ze een gedicht dat haar juf meenam naar een recensent die erg positief was. Haar vader was echter minder enthousiast, hij verscheurde haar gedicht en zei dat poëzie geen brood op de plank brengt. Kort daarna verbleef ze voor het eerst een maand in een instelling.

Toen ze daar uit kwam zette ze het verlangen om te dichten toch door. Schrijven was haar kunst. In de jaren ’50 werden haar gedichten voor het eerst gepubliceerd en kreeg ze ook haar eerste kind. In 1954 publiceerde ze haar dichtbundel met de titel: ‘De gek van de deur hiernaast’. Tot 1972 verbleef ze meer tijd in de instelling dan daarbuiten. In de instelling leert ze ook Pierre kennen met wie ze een kind krijgt. Over de mensen daar zegt ze dat ze vaak heel intelligent zijn. Met enkele mensen sluit ze diepe vriendschappen.

Veel van haar gedichten gaan over de tijd in de instellingen en zijn de verwoording van haar diepste, intiemste en heftigste gevoelens. Hoewel instituten vaak een plek van verwarring zijn, zijn haar gedichten voor heel veel mensen herkenbaar gebleken. Haar woorden waren haar wapen in het leven dat voor haar een strijd was. Haar schrijfkunst haar manier om het leven te betreden.

In 1983 overlijdt haar man en staat ze er financieel alleen voor. Het eerste huwelijk was niet erg gelukkig geweest. Hetzelfde jaar hertrouwt ze en een jaar later publiceert ze het boek ‘Heilig land’. In het gedicht ‘Heilig land’ staan Palestina en Jericho, het verscheurde land en de vervloekte stad symbool voor verscheurdheid die Alda soms voelt in het leven. In haar boek De andere waarheid Dagboek van een ander doet ze verslag van de verschijningen en openbaringen uit de periode van haar institutionalisering. Veel van haar werk gaat over de liefde, zo ook de boeken Liefdesdelier en Lege liefde.

Alda was niet bang zichzelf te laten zien zoals zij was. Ze schreef over dingen waar mensen het moeilijk over vonden te praten en liet zichzelf naakt fotograferen met al haar overgewicht in haar huis tussen de plastic bekers en gedachten die op de muur geschreven waren, een sjekkie tussen de vingers.

De Milanese dichteres won vele literaire prijzen en is genomineerd geweest voor de Nobelprijs voor de literatuur. Haar aforismes zwerven digitaal rond op het internet en verlichten menig verdriet. Muzikanten gebruiken haar teksten voor hun troostende muziek en over haar leven zijn een inspirerende film en een documentaire gemaakt.

“Je gaat naar een instelling om te leren sterven” zei ze.

In de playlist hieronder muziek die de Italiaanse jazzmuzikant Roberta Gambarini en Andrea Donati maakten met de gedichten van Merini.

De illustratie boven aan de blog is van Marieke Nijhof – Proud Mary.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *